Things take time

Things take time. Het verschijnt op mijn scherm. Ik kijk ernaar en zie even alleen die woorden. Het staat in een appje van een vriendin. Eerder die avond hadden we een fijn gesprek. Het klinkt zo voor de hand liggend. En makkelijk. Ik lees het voordat ik de auto start op weg naar huis. Ik herhaal ze hardop in mijn hoofd. Ze stellen me gerust. Ik ben op de goede weg.

Een paar dagen later hang ik ’s avonds slingers op. Alleen. In mijn huis. Ik val bijna van de salontafel. Ik weet dat ik er eigenlijk niet op moet gaan staan. Maar doe het toch. Als de volgende ochtend mijn meisjes wakker worden is het feest. Mijn jongste is jarig. Ze wordt twee. Het ziet er feestelijk uit. Trots ga ik aan de keukentafel zitten. Zie je wel. Dit gaat me prima af. Alleen. Nu nog kaarsjes en een muziekje aan. Ik twijfel tussen wijn en thee. Het laatste schenk ik mezelf in. Ik open mijn laptop en hang daar de externe harde schijf aan met foto’s die uit een ander tijdperk lijken te komen. Ik open mapjes met foto’s van toen ze nog een klein baby’tje was. Het raakt me zo erg. Ik kijk naar een gezin waarvan ik geen onderdeel uitmaak. En ik ben niet de enige. Niemand maakt nog onderdeel uit van dat gezin.

Dan denk ik aan komend weekend. Zaterdag vieren we haar verjaardag. Iedereen is uitgenodigd. Opa’s, oma’s, ooms, tantes, neefjes en nichtjes. In totaal 24 man. Voor mijn meisje een bijzonder moment. Papa en mama samen. En wat doe ik? Ik doe de hele tijd alsof dit de normaalste zaak van de wereld is. Dat is het dus helemaal niet. Als moeder kijk ik altijd uit naar verjaardagen van mijn kinderen. Nu heb ik buikpijn. Door algeheel ongemak. Door emoties waarvan ik niet weet wat ik ermee moet. Waarschijnlijk de tijd zijn werk laten doen. Want things take time. Zo schijnt. En ik geloof dat dat precies is wat ik nodig heb. Tijd. Om eraan te wennen dat het oké is om te genieten. Om eraan te wennen dat het oké is me niet de hele tijd zo verschrikkelijk schuldig te voelen. En om eraan te wennen dat mijn best goed genoeg is.

Ik wacht dus geduldig af. Uiteindelijk zal het makkelijker worden, vertel ik mezelf. De uitzichtloze tunnel zonder licht heeft al een hele tijd geleden plaats gemaakt voor een brede tunnel voorzien van felgekleurde lichtbollen. Her en der zie ik mensen in mijn tunnel die ik herken. Mensen die dichtbij me staan. Of wat verder weg. Fijne tunnel wel. Het begin van die tunnel ligt al een stuk achter me. Hij wordt steeds breder en er schijnt zo ontzettend veel licht aan het einde. Er is alleen iets aan de hand met mijn tunnel. Steeds als ik stappen denk te zetten, zet ik er weer zes terug. En die stappen terug doen pijn. Het lijkt alsof ik daarna weer bijna aan het begin van die tunnel sta. Ze gaan gepaard met emoties die ik niet ken. En het enige dat ik steeds doe is mijn boeltje weer bij elkaar rapen en weer beginnen met lopen. Eerst heel voorzichtig. En als ik dan weer durf, worden ze weer groter, die stappen.

En dan kom ik tot de conclusie dat ik die stappen terug moet zetten om vooruit te komen. Hard op je bek gaan. En dat doe je alleen. Niemand vangt de klappen voor mij op. Niemand kan voor mij iets een plekje geven. Niemand kan voor mij verwerken. Maar ze helpen wel bij die kleine stapjes daarna. Die stapjes vooruit. Vaak zullen ze het zich niet eens beseffen. Ik loop dan hand in hand. Met mijn meisjes. Met mijn ouders. Met mijn vriendinnen. En gek genoeg ook met de vader van mijn meisjes. En het zijn die kleine stapjes die me nieuwe energie geven om de volgende stappen terug op te vangen. Ze zijn mijn vangnet. Ik kijk nu alweer uit naar de volgende stappen in de goede richting.

Volgend jaar wordt ze drie. Ik hoop dat ik dan zal zeggen dat ze gelijk had. Die vriendin die mij appte na een fijn gesprek. Want ‘things take time.’

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.